Duco is in gesprek met Bea en Marco. De een begonnen als beeldend therapeut, de ander als financieel administrateur. En een link – zo blijkt gedurende het gesprek - met kindcentrum Sint Jan in Waarland. Bea werkt in domein 3-6. Marco in domein 9-12 (samenwerkend met 6-9).
“Prachtige gesprekken die dan uit een stukje klei kwamen.”
“Ga zelfs eens een beetje nadenken over hoe je dat wilt
doen.”
“Misschien wordt het per ongeluk iets dat je mooi vindt.”
Marco, je komt van de Zonnewijzer, daarvoor van de Sint Jan. Maar wat deed je dáárvoor,
want je komt oorspronkelijk niet uit het onderwijs?
Marco: Ik heb jarenlang als hoofd financiële administratie gewerkt, ook
accountancy gedaan. Met heel veel plezier. Ik kreeg altijd wel te horen, als er
bijvoorbeeld een stagiaire kwam, ‘Je bent helemaal niet zo’n grijze
administrateur die ik me had voorgesteld’. Ik was op een gegeven moment wel
klaar met deze baan, want ik dacht: ‘Ik ben rijke mensen alleen maar nog rijker
aan het maken. Is dat nou het doel in het leven?’
Toen heb ik nagedacht over wat ik nou wil. Ik heb ook bij mijn
zoon op school groepjes kinderen begeleid. En ik ben eens bij mijn
toneelvereniging gaan polsen, want daar zaten ook veel mensen uit het
onderwijs. ‘Wie zit er nou te wachten op een leerkracht van 47?’
Vervolgens heb ik een opleiding gevonden die heel goed bij
mij past. De flexibele pabo. Dat kon ik indelen zoals ik het zelf wilde, dat
past heel goed bij mij. Heel hard werken, en heel hard studeren en toen kreeg
ik ‘het’ papiertje.
Hoe was het voor jou om vanuit de financiële wereld, zo
ongeveer op dag één van je opleiding al de groep in te gaan?
Ik vond het helemaal geweldig. Met alle fouten die ik in het
begin heb gemaakt. En ik heb echt een behoefte om kinderen te helpen of verder
te helpen. Ik maakte – ook in mijn vorige werk – heel vaak gebruik van de
kracht en motivatie van andere mensen. Dat doe ik nu met kinderen en mijn
collega’s nog steeds.
Bea, wat is jouw voorgeschiedenis?
Ik begon met een opleiding tot beeldend therapeut (en
afgerond). Dat was qua timing niet heel gunstig, want er was net een
bezuiniging in de zorg gaande. Na een poging werk gezocht te hebben, ben ik de
verkorte deeltijd Pabo gaan doen. Daarnaast werkte ik ook in de kinderopvang,
om toch al met kinderen te werken. Ondertussen ben ik bezig geweest met de
Kracht van Acht. Met een afstudeeronderzoek op de Sint Jan. Ik heb tien
beeldende lessen ontwikkeld: klassikale beeldende vorming. De kracht van 8
bestaat uit 8 krachten. Zoals ‘ik ben mijzelf’ en ‘ik ben eerlijk’ en ‘je mag
altijd op nieuw beginnen’. Doormiddel van de creatieve les hadden we sociale
vaardigheden die we gingen inoefenen. Prachtige gesprekken die dan uit een
stukje klei kwamen.
Dat vind ik ook het gave van creatief bezig zijn, het is ook
een soort praatplaat. Een kind en een psycholoog is niet per se een goede
combinatie. Laat een kind iets tekenen en het zegt meer dan duizend woorden.
Een bijzondere kracht van creativiteit.
Ik heb hiervoor ook nog negen jaar in Hoorn gewerkt als
leerkracht en vier jaar in het speciaal onderwijs als assistent.
Heb je daar ook een stukje ‘beeldend therapeut’ in kunnen
zetten?
Bea: Uiteindelijk ben ik daar ook workshops gaan geven. We
zijn met verf gaan gooien en we hebben action painting met kinderen gedaan.
Daar ging ik wel van aan: hoe kan ik dit nog vaker doen? Vervolgens kwam ik het
atelier hier op De Nieuwe Draai tegen.
Wat is voor jullie creativiteit?
Bea: Veel kleur, vrolijkheid.
Chaos.
Marco: Op een beeldende manier –
welke manier dan ook – uiting geven aan je gevoel. Zoveel mogelijk zintuigen
prikkelen. Zoveel mogelijk stimuleren dat alles wat uit de kinderen komt, dat
het goed is en dat ze daar verder mee moeten gaan.
Bea: Alles kan! ‘Ja én’ denken.
Marco: Geen blokkades voelen, maar
juist verder gaan.
Bea, jij geeft buiten de Nieuwe
Draai ook workshops toch?
Klopt, via de Artfarm,
bijvoorbeeld op de nazomermarkt en de winterfair. En ook vanuit mijzelf, ook op
de artfarm. Daar kon je ook gooien met klei of verf.
Marco: Het gaat niet om het
beeldend vormen toch?
Bea: Nee, het gaat niet om het
resultaat. Tijdens het gooien met klei heb ik heel veel mensen zien lachen en
tegelijkertijd is het ook een stukje agressie dat je eruit gooit. Een deelnemer
zei bijvoorbeeld na het gooien van een paar stukken: ‘Zo, het is eruit. Nu is
het klaar!’
Bij het gooien met verf zie je dat
ze toch wel de neiging hebben dat het mooi moet worden, maar dat werkt een
beetje tegen. Als je de meeste plezier hebt in je werk, dan wordt het het
mooist.
Dus vanuit plezier in het
proces, krijg je het mooiste resultaat.
Bea: Klopt! En ik ben zelf veel
meer bezig met de technieken. Ga het maar proberen, ga het maar doen en
misschien wordt het per ongeluk iets dat je mooi vindt.
Marco, jij speelt ook toneel. Hoe
verhouden proces en resultaat zich dan met elkaar?
Marco: Dat is een beetje
afhankelijk van de regisseur. Vertelt hij precies wat je moet doen of probeer
je het eerst zelf waarna de regisseur ideeën oppert. In het laatste geval ga je
met z’n allen iets creëren. Wat veel meer bij je past. Waar je eigen gevoel in
zit. Dat zijn de dingen die mij meer trekken.
Toen we vorig trimester op De
Nieuwe Draai de workshop deden (musical), dan kwam er een kind op en dan zei
ik:
‘Wat kom je doen?’
‘Ik kom op.’
‘Nee, wat komt jouw karakter doen
nu?’
‘… Het heeft een reden dat jouw karakter
nu opkomt.’
‘Ohja, ik kom huiswerk maken.’
Marco, jij maakt ook nog muziek
toch?
Ja, ik ben gestopt met toneel, na
15 jaar. En zit nu in een band. We hebben laatst opgetreden bij Stadsstrand De
Kade.
Wat zijn de momenten in jullie
werk waarvan je heel blij van wordt?
Bea: Als ik in het creatieve
atelier (paarse plein) bezig ben, en we vergeten de tijd omdat we met
creativiteit helemaal áán staan.
Marco: We hebben voor taal een
taakbrief. Ik kan heel erg genieten als
iedereen op zijn manier bezig is met iets: er zijn kinderen achter de muur een
keuzemenu aan het doen, er zijn kinderen een taalspelletje aan het doen en er
zijn kinderen een verhaal aan het schrijven, of in de groene map aan het
werken. Iedereen op zijn eigen manier, op zijn eigen niveau, bezig met het
creatieve proces.
Bea, hoe zit dat bij creatieve
opdrachten? Doet iedereen hetzelfde of is er juist verschil?
Bea: Waar ik meestal op inzet: aan de
slag gaan met een techniek of vaardigheid. Gekoppeld aan het thema. En dan
maakt het mij niet uit wát het wordt, als er maar wel met de techniek geoefend
wordt.
Dus jij denkt eerst aan
vaardigheid en techniek en dan pas aan een passend product?
Bea: Ja, ik krijg soms wel de
kriebels van prachtige Instagram-resultaten. Want dat is heel erg op het
resultaat gericht. Proces, vaardigheden, technieken, kleuren, vind ik veel
belangrijker.
Ik vind het wel goed als alle
kinderen de basistechnieken aangeboden krijgen.
Marco: Ik voel me zelf wel een
beetje handelingsonbekwaam, omdat ik niet al die technieken kan toepassen.
Bea: Daarom vind ik het zo mooi op
De Nieuwe Draai dat iedereen zijn eigen specialisatie mag uitdragen.
Kinderen doen ook niet allemaal
hetzelfde.
En dan vanuit intrinsieke
motivatie keuzes maken om te verdiepen?
Marco: als kinderen terugkomen van de workshops, delen de kinderen in mijn stamgroep hun verhalen met elkaar. Zo is iedereen wel een beetje op de hoogte wat de andere workshops inhouden. Daardoor zie je ook interesse ontstaan bij kinderen op gebieden die eerst buiten hun eigen interesse lagen. En als je als mentor weet wat kinderen kiezen, dan kun je ook een beetje sturen: ‘Je hebt al musical gedaan, nu ben je met zang bezig, en vind je dat (doelend op een andere discipline) ook niet leuk, zou je dat een keer willen proberen?’
Bea: Ik vind het ook gaaf dat we
hier steeds nadenken – ook creatief in hoe we georganiseerd zijn op De Nieuwe
Draai – hoe kunnen we dat anders doen? Hoe kunnen we het morgen een stukje
beter doen dan vandaag. Je mag steeds vragen ‘waarom’. En dat er dan altijd een
antwoord is. En niet omdat we dat al járen zó doen.
Marco: Of er is nog geen antwoord.
En dat het dan is: wat denk je zelf, ga zelfs eens een beetje nadenken over hoe
je dat wilt doen.
Bea: Ja, dat er ruimte is om na te
blijven denken!
