'Vroeger' bestond de lagere school vanaf groep 3. Toen nog de eerste klas genoemd. Daarvoor was er de kleuterschool. Deze twee systemen zijn ondertussen redelijk samengesmolten tot één, hoewel je nog steeds de effecten hiervan ziet. Zo verschilt ook nu nog de omgeving waarin de kleuter zich ontwikkelt met de omgeving van een 'groep 3-kind'. We werken er hard aan om deze overgang steeds logischer, vloeiender en zachter te maken.
Er is zijn twee grote knips. Die van peuter naar kleuter en die van basisschool naar het voortgezet onderwijs. We richten ons nu voornamelijk op de eerstgenoemde.
Vanaf de samenvoeging van de kleuterschool en de lagere school ontwikkelen kinderen tot 4 jaar en kinderen vanaf 4 jaar dus toch nog in twee verschillende systemen. Namelijk die van kinderopvang en die van het basisonderwijs. En natuurlijk thuis en in andere omgevingen. De kinderopvang was er voorheen voor het 'opvangen' als de ouders dat niet zelf konden. Bijvoorbeeld omdat zij werkten. Een soort oppas dus. Tegenwoordig zien we deze kinderopvang in een ander licht. Het is een rijke ontwikkelomgeving waar kinderen gestimuleerd en begeleid worden in hun ontwikkeling. Allerlei wetenschappelijke onderzoeken bewijzen ook het nut van opvang als rijke ontwikkelomgeving. Zowel sociaal emotioneel als cognitief.
De zogenaamde 'peuter' en 'kleuter' bevinden zich echter in twee verschillende systemen: verschillende geldstromen, verschillende wet- en regelgeving, verschillende toezichthouders, twee ministeries en dus ook een verschillende oorsprong. Hierdoor is er een onnodig grote overgang als een kind van 3 jaar jarig is en 4 jaar wordt.
Toen wij De Nieuwe Draai zijn gestart, zo'n 8 jaar geleden op papier en ondertussen bijna zes jaar geleden in de praktijk, hebben we de peuters van ongeveer 3,5 jaar en de kleuters samengebracht in één domein. Namelijk domein 3-6. Voor het kind zijn het immers geen andere werelden. Het is zijn/haar enige wereld. Namelijk die van zijn/haar ontwikkeling. Een ontwikkeling die zo goed mogelijk in één doorgaande lijn begeleid en gestimuleerd moet worden. Zonder onnodige knips en systeemwisselingen. Dus in dezelfde omgeving, met dezelfde medewerkers, dezelfde kinderen. Onnodige overgangen kosten namelijk energie. Energie die naar het wennen gaat, in plaats van naar het ontwikkelen.
Daarom hebben we opnieuw gekeken naar de huidige wet- en regelgeving en gaan we de maximale ruimte - geïnterpreteerd op de manier die past bij onze visie hierop - benutten. In het vorige bericht in deze nieuwsbrief heb je gelezen dat we de harde knip op de 4e verjaardag verwijderen en 'verplaatsen' naar een zachte knip die we zelf kunnen zetten rondom de 4,5 jaar. Binnen wet- en regelgeving en met betrokkenheid van de GGD als toezichthouder.
In de praktijk betekent dit dat kinderen van 3 jaar samen in een stamgroep zijn met kinderen van 4 jaar. Dat zij door twee medewerkers begeleid worden en zich in de rijke ontwikkelomgeving van het grote domein mogen ontwikkelen. Het betekent ook dat de 3-jarigen op gelabelde momenten in de dag met alleen de 3-jarigen als zogenaamde 'basisgroep' bij elkaar komen. Met de juiste invulling van de tijden in het dagritme van de kinderen kunnen we dit mogelijk maken.
Een kind dat toe is aan de volgende stamgroep, blijft in het eigen begeleidingsteam en komt dus bij kinderen en medewerkers die hij/zij al kent van het dagelijks samenzijn tijdens het spelen en werken.
Voor iedereen die het interessant vindt nog wat verder te duiken in de beweging die gaande is rondom peuters en kleuters en de wetenschappelijke onderzoeken die gedaan zijn en worden:
1. Wetenschapper Ruben Fukking als spreker bij Blosse.
2. Een onderzoek waar ook De Nieuwe Draai aan heeft meegedaan, waarin kinderen en hun families drie jaar lang gevolgd zijn rondom deze overgang.
3. Een kaart van Europa waarin te zien is welke landen een 'split system' hebben (rood) VS 'een samengesmolten systeem'. Nederland blijft achter...
4. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de educatieve kwaliteit voor de peuter in een peuter/kleutergroep flink stijgt ten opzichte van twee losse groepen. Die voor de kleuter een licht stijgt. En dat de kwaliteit van de emotionele ondersteuning voor beide doelgroepen licht tot middellicht stijgt.